Ergernissen. Ze zijn vaak de motor om opnieuw te beginnen bloggen. En dus dacht ik: dit tankstation schrijf ik in de vernieling. Er waren twee gevaarlijke gekken in het spel. Buiten mezelf speelt ook de tankstationuitbater een rol. Maar eerst ik.
Mijn sportwagen, sinds ik hem tegen een vangrail parkeerde constant knipoogend, stond ietwat oververhit naast een pomp. Ikzelf haalde met normale schwung de pomp met Super 95 uit zijn hengsel maar binnen de vijf seconden zaten de pomp, de auto en ikzelf onder benzine. In lichte paniek storm ik het tankstation binnen alwaar ik mijn verhaal doe tegen de pompbediende. Meneer, kan niet tanken zeker, lacht die niet verontrust tegen de jongeman die afgelopen jaar ongeveer 150 keer tankte. Terug buiten rij ik een tank vooruit en smijt totaal in de war 5 liter Super 98 in de Bonzaï. Kan ik echt niet tanken?
Benzine vervliegt vlug! Benzine vervliegt vlug! Pomp ik door mijn hoofd wanneer ik een onverlaat zijn auto naast de mijne zie parkeren en bij het uitstappen zijn sigaret onder de mijne zie smijten.
Groetjes
swaef
PS Grappig, volgens Het Nieuwsblad ligt het aan mij en niet aan de pomp.

Eindelijk nog eens een Swaef-schrijfsel! Joepie!